Waar gaat het om in de jeugdzorg? En wat gaat er om in de jeugdzorg.
In dit weblog probeer ik regelmatig te schrijven over mijn werk als directeur-bestuurder van een organisatie in de jeugdzorg.
Ik wil vertellen over waar ik mee bezig ben in mijn functie. Proberen praktijk en beleid te verbinden.
Mijn motto is: ‘bouwen aan een betere en vernieuwende jeugdzorg’.
Bouwbedrijven kunnen aan de slag met 53 bouwprojecten om de leefomgeving voor kinderen in de jeugdzorg te verbeteren en groener en veiliger te maken. Minister Rouvoet (Jeugd en Gezin) levert hiermee een bijdrage aan het aanpakken van de crisis in de bouw. Het gaat om een totaalbudget van 80 miljoen euro.
“De jeugdzorg kun je nog het beste vergelijken met een bord spaghetti,…”. Dit citaat, van CNV-voorzitter Paas, haalde ik aan in mijn vorige weblogbericht. Zijn voorstel is decentraliseer de jeugdzorg naar de gemeenten. Dat is natuurlijk een belachelijk idee. De jeugdzorg versnipperen over 441 gemeenten maakt dat bord spaghetti nog veel en veel groter. De jeugdzorg verbeteren kan, als we in Nederland zeven veranderingen doorvoeren.
CNV-voorzitter René Paas stapte als buitenstaander in de wereld van de jeugdzorg en schrok zich rot. "De jeugdzorg is voor iemand als ik nauwelijks te snappen." "De jeugdzorg kun je nog het beste vergelijken met een bord spaghetti, een warboel aan regelingen, doorverwijzingen, indicatiestellingen, voorzieningen, instellingen en bestuurslagen. Met de beste bedoelingen overigens, maar het kost de hulpverlener de grootst mogelijke moeite hulp te bieden en het kost de hulpvrager de grootst mogelijke moeite om hulp te krijgen. Het is een oerwoud. Desondanks is het een wonder dat er nog zoveel hulp wordt geboden. Hulpverleners zijn er ook terecht trots op. Maar als je doorvraagt is dat niet dankzij maar ondanks het systeem", aldus Paas.
Wat moet het uitgangspunt zijn? Wat dient het uitgangspunt te zijn als we het over jeugdzorg hebben buiten de eigen gezinssituatie? Jongeren hebben recht op een gezinsleven zoals omschreven staat in het Internationaal Verdrag van de Rechten van het Kind. Dit houdt in dat, wanneer jongeren niet meer thuis kunnen wonen, er de plicht bestaat om jongeren, indien dit mogelijk is, te laten deelnemen aan een gezinsleven. Dit sluit aan op de in het programma ‘Alle kansen voor alle kinderen’ van het ministerie voor Jeugd en Gezin geformuleerde visie, dat jeugdigen zo veel mogelijk de kans moeten krijgen in een gezin of in een situatie die lijkt op een gezin op te groeien. Dat kan in het eigen gezin, in een pleeggezin, maar ook in een gezinshuis. Dit betekent dus, dat indien jeugdigen uit huis geplaatst moeten worden ze in een gezinsverband moeten worden opgevangen, mits er redenen zijn die dit verhinderen. Zijn deze redenen er, dan dient de residentiële hulpverlening het gezinsleven te benaderen.