Waar gaat het om in de jeugdzorg? En wat gaat er om in de jeugdzorg.
In dit weblog probeer ik regelmatig te schrijven over mijn werk als directeur-bestuurder van een organisatie in de jeugdzorg.
Ik wil vertellen over waar ik mee bezig ben in mijn functie. Proberen praktijk en beleid te verbinden.
Mijn motto is: ‘bouwen aan een betere en vernieuwende jeugdzorg’.
Waarden? Wat is nu belangrijk voor jou in het werk in de jeugdzorg in 2009? Wat drijft je? Wat is je oriëntatie? Kortom, wat zijn nu je kernwaarden in je werk?
Er was eens in een ver verleden een koning, die besloot een mooie grote Kerk laten bouwen ter ere van God. Hij wilde die helemaal uit zijn eigen schatkist laten betalen. Niemand mocht daarvoor iets geven zelfs geen stuiver, zo verordineerde de koning.
“Hulpverleners en jeugdzorgprofessionals evalueren hun vaak zelf uitgevonden interventies zelden. Van nog geen tien procent van alle interventies die in Nederland circuleren - van opvoedingscursussen voor ouders tot Glenn Mills voor criminele jongeren - weten we iets van het effect.” “De jeugdhulpverlening is nog onvoldoende doordrongen van de noodzaak tot verantwoording. Het extra geld dat politici, landelijk en lokaal, beschikbaar stellen, wordt vaak ingezet voor meer van hetzelfde. Of het nu om de aanpak van lastige jongeren gaat of om het wegwerken van wachtlijsten, plannen hiervoor behoeven noch vooraf verantwoord noch naderhand geëvalueerd te worden.”
In 1993 werd ik directeur van een Medisch kleuterdagverblijf (MKD). Vanaf dat moment probeer ik goed bij te houden wat er gepubliceerd wordt over de behandeling van jonge kinderen. Een collega van mij deed onderzoek naar hoe het met kinderen ging twee jaar na afloop van de dagbehandeling. Met ongeveer de helft van deze kinderen ging het goed, met de andere helft bleek het minder goed te gaan, er waren opnieuw opvoedingsproblemen ontstaan. Eén van de opvallendste verschillen tussen de gezinnen bleek het systeem van sociale ondersteuning te zijn. Het sociale netwerk van gezinnen waar de problemen zich opnieuw voordeden, bleek de helft kleiner dan van de gezinnen waar dit niet gebeurde.