Waar gaat het om in de jeugdzorg? En wat gaat er om in de jeugdzorg.
In dit weblog probeer ik regelmatig te schrijven over mijn werk als directeur-bestuurder van een organisatie in de jeugdzorg.
Ik wil vertellen over waar ik mee bezig ben in mijn functie. Proberen praktijk en beleid te verbinden.
Mijn motto is: ‘bouwen aan een betere en vernieuwende jeugdzorg’.
Op 29 september vergaderde de Tweede Kamer met minister Rouvoet over de wachtlijsten. Hoewel de oppositie zeer kritisch was, werd al snel duidelijk dat Rouvoet niets te vrezen had. De coalitiepartijen gaven de minister de ruimte om tot eind december door te werken aan het wegwerken van de wachtlijsten voor geïndiceerde jeugdzorg.
Minister Rouvoet werd door de oppositie in ferme taal aangesproken op zijn belofte om de wachtlijsten weg te werken voor het einde van het jaar. Deze belofte werd zowel door de Christen Unie als de PvdA genuanceerd; zij spraken over “prestatieafspraken die waren gemaakt me de provincies”. Dit overigens onder het voorbehoud van een niet al te grote groei in de vraag naar jeugdzorg. Om onduidelijkheid te voorkomen ging Rouvoet in zijn antwoord op de Kamervragen tot twee maal toe in op de details van het akkoord met de provincies. “Het kan dus zijn dat de prestatieafspraken worden nagekomen, maar dat er nog steeds restwachtlijsten zijn”, zei de minister voor Jeugd en Gezin. Hij maakte op deze wijze de Kamer duidelijk dat hij geen belofte had gedaan om op 31 december 2009 alle wachtlijsten te hebben weggewerkt, maar daar wel alles aan te willen doen. Inmiddels is ook duidelijk dat minister Rouvoet voor volgend jaar geen extra geld op zijn begroting heeft voor de wachtlijstproblematiek. De jeugdzorg zal vanaf 2010 ingrijpend worden veranderd, stelde minister Rouvoet vorige week in een toespraak aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Rouvoet: “Ik verwacht van alle betrokkenen dat zij daarin meegaan in het belang van de kinderen. De zorg voor jeugd kan veel beter. Om dat te bereiken mag wat mij betreft alles ter discussie worden gesteld.” De zorg voor kinderen kan veel beter in onze samenleving. Er moet minder vanzelfsprekend een beroep gedaan worden op gespecialiseerde hulp bij opvoed- en opgroeiproblemen. Met lichte hulp en advies kunnen gezinnen en hun sociale netwerk veel problemen zonder gespecialiseerde zorg oplossen. Een van de grootste knelpunten in de jeugdzorg is de groeiende vraag naar gespecialiseerde vormen van hulp. Daarin moet een omslag komen. Voor ‘gewone’ opvoed- en opgroeiproblemen moet minder snel en vanzelfsprekend worden aangeklopt bij zwaardere vormen van zorg. “Niet iedere opvoedvraag hoeft een vraag om jeugdzorg te worden”, stelt Rouvoet. Met lichte hulp en advies kunnen gezinnen en hun sociale netwerk veel problemen zonder gespecialiseerde zorg oplossen. Het fundament voor deze omslag is al gelegd met de Centra voor Jeugd en Gezin in alle gemeenten. Het zorgaanbod voor jongeren met complexe meervoudige problemen moet worden verbeterd. Nu behandelen zorgverleners dit soort jongeren vaak vooral vanuit hun eigen vakgebied, bijvoorbeeld psychiatrisch of orthopedagogisch. Terwijl voor deze jongeren juist een zorgaanbod nodig is waarin disciplines intensief samenwerken. Met andere woorden: Rouvoet houdt een krachtig pleidooi voor vernieuwende en intersectorale jeugdzorg. Dat wordt een interessant jaar 2010: er is geen extra geld meer om de wachtlijsten te bestrijden, terwijl er nog wel groei is in de vraag naar jeugdzorg. De toestroom naar de jeugdzorg moet worden verminderd door lichtere hulp vanuit het Centrum voor Jeugd en Gezin. En de muren tussen de verschillende sectoren in de jeugdzorg moeten worden afgebroken.